|
De geschiedenis
In de vierde en vijfde eeuw
voor Christus waren de Angelen, Saksen en andere volken uit
noordwest Duitsland, druk bezig om de kustgebieden van Engeland te
veroveren.
Het verhaal gaat dat ze op
doorreis naar Engeland in Friesland kwamen en als herinnering aan
hun roemruchte naam, een dorp stichten "Angelenheim" of Engelum.
Dit verhaal is zo gek nog niet
omdat we Engelum in 1335 nog als Anglum geschreven vinden en in 1399
nog een keer als Anglim.
Maar de Taalkundigen hebben
besloten dat het eenvoudiger kan: Engel is een persoonsnaam daar
achter komt -um is heem; het zou dus betekenen het erf van engele of
zijn woonplaats.
Meer heeft men aan de terpopgravingen en dan blijkt
dat hier al heel vroeg bewoners waren, ver voor 400 na Christus.
Zestig geometrisch versierde scherven, die hier in de
grond zijn gevonden, wijzen uit dat hier al mensen woonden voordat
Christus geboren was.
Ook werden er stukken aardewerk uit de Romeinse tijd
gevonden, maar het Angelsaksisch aardewerk word niet genoemd.
|
 |
Het kerkje
van Engelum in 1887
volgens een tekening van A.
Martin.
|
Volgens de geschiedenis werd de kerk in 1773 gerestaureerd en in
september van dat jaar weer in gebruik genomen, leuk detail was dat
men de glazen vergat, die kwamen pas een maand later.
Toch
werd er gewoon gepreekt!
Op 22 oktober 1313 word er
melding gemaakt van een watervloed die: " veel huizen omwierp en een
groot aantal beesten inslokte".
"Vijfhonderd menschen
bezuyrden't mede met de dood"
Ook bijzonder was het verhaal
van de Grute pier onder de vrouwen, ook een inwoonster van Engelum.
Hier het grafschrift dat in de
geschiedenis van Engelum voorkomt:
O lezers blijft een weinig staan
Ik meld hier van een wonder aan
Door beitelkunst gehouwen
Zij was een van de zwaarste vrouwen
Groot van gestalte en sterk van kracht
Die hier te land werd groot gebracht
Ook heeft men haar juist gewicht bevonden
Driehonderd vijf en veertig ponden
Al is een mens zo zwaar en groot
Welzalig zij die bij het verrijzen
Voor eeuwig hunnen God mag prijzen.
En
dan hebben we nog Skerne Wiebe, een burchtheer uit Engelum, wiens
daden groot waren!
Hij
dankte zijn bijnaam aan zijn gladgeschoren kin.
Het
gangbare verhaal is dat hij zichzelf liet scheren om zich te
vermommen als monnik, om zo de geheimen van zijn vijanden te
ontdekken.
In
mei 1482 kwam hij om het leven bij een belegering van zijn burcht
door mensen uit Franeker en Leeuwarden.
Toen
werd de burcht met de grond gelijk gemaakt, maar tegenwoordig is het
dorpshuis in Engelum naar hem genoemd!
|
 |
Wybe sjoerds van Grovestins
Bijgenaamd "Skerne Wibe".
Kopie van onbekende meester
1472.
|
Verder is het nog leuk te
vertellen dat er in 1749, 25 gezinnen en alleenstaanden in Engelum
woonden, waaronder 9 arbeiders gezinnen
En in 1796 werden er 157
Engelumers geteld.
terug naar boven
|